Verke Editorial
Net leidinggevende, en je team bestond uit je collega's: de eerste 90 dagen
Verke Editorial ·
Vorige maand zat je nog naast ze. Je klaagde over dezelfde vergaderingen, deelde dezelfde lunchrekening, had een mening over dezelfde manager. Toen kwam de aankondiging, en nu wordt het net even stiller als je binnenkomt. Niemand doet vervelend. Het is alleen dat een grapje over de roadmap anders valt als degene die lacht ook degene is die nu over die roadmap gaat.
Je was goed in het werk. Daarom kreeg je de baan. En niemand gaf je een draaiboek voor het deel waarin jij het werk niet meer zelf doet — de meeste beginnende managers worden gepromoveerd en mogen het daarna zelf uitzoeken, met een agenda vol één-op-één-gesprekken die ze nog nooit gevoerd hebben en een team dat eerst gewoon hun vrienden was.
Dit artikel is het draaiboek. Het gaat over wat er echt verandert als je boven je collega's uit stapt, over de drie gesprekken die in de eerste twee weken thuishoren, over een negentigdagenschema dat je gewoon mag overnemen, en over het handjevol gewoontes waar je mee moet stoppen voordat ze je ongemerkt onderuithalen. Je hoeft er geen ander mens voor te worden. Je moet alleen doorhebben dat de baan veranderd is voordat je reflexen dat doorhebben.
Boven je collega's uit gepromoveerd en aan het improviseren? Mikkel brengt samen met jou je eerste negentig dagen in kaart, week voor week, en wijst je erop als er een gat in je plan zit.
Oefen de teamaankondiging of dat ongemakkelijke één-op-één hardop, voordat het echt zover is. Geen aanmelding, geen HR-ticket, geen beoordelingsronde.
Plan je eerste 90 dagen met Mikkel →De chat begint hier meteen in je browser — geen account nodig.
Wat er veranderde
Het is niet je oude baan met meer vergaderingen
Dit is de omslag, in gewone taal: vroeger werd je betaald voor wat jij maakte, nu voor wat het team maakt. Dat klinkt vanzelfsprekend. Het is ook precies het punt waar nieuwe leidinggevenden het vaakst op vastlopen, want elk instinct dat je die promotie opleverde wijst de andere kant op. Als iets te laat is, weet jij hoe je het afmaakt. Als iemand vastloopt, weet jij het antwoord. Als werk terugkomt dat net niet klopt, kun jij het in tien minuten fixen in plaats van het in dertig uit te leggen.
Dus dat doe je. En een paar maanden lang werkt het, want je bent nog steeds de sterkste vakinhoudelijke kracht in het team en nu heb je ook nog de positie om het interessante werk naar jezelf toe te trekken. Het team heeft het eerder door dan jij. Ze gaan op je wachten. Besluiten stapelen zich op achter je agenda. Niemand groeit, want het werk waar je van groeit belandt steeds op jouw bureau, en jij maakt weken van zestig uur om een systeem overeind te houden waar een flessenhals in zit met jouw naam erop.
Zo gaat een eerste managementbaan het vaakst mis, en van binnenuit voelt het helemaal niet als falen. Het voelt als onmisbaar zijn. De stap van zelf doen naar anderen laten doen is geen kwestie van instelling; het is elke dag opnieuw kiezen om iets langzamer en net wat slechter te laten doen door iemand die het volgend kwartaal beter kan, juist omdat jij het uit handen gaf.
Er verandert nog iets, stiller, en daar waarschuwt bijna niemand je voor. Je verliest de lunchtafelversie van je vriendschappen. Niet per se de vriendschappen zelf, maar wel het deel waarin jullie aan dezelfde kant van de tafel zaten en over dezelfde dingen klaagden. Een deel van wat ze vroeger tégen je zeiden, zeggen ze nu óver je. Dat is geen verraad. Dat is het werk, gezien vanaf de andere kant, en jij deed het zelf ook.
Het ongemakkelijke deel
Drie mensen in je team die een ander gesprek nodig hebben
"Het komt wel goed, het zijn volwassen mensen" is wat mensen zeggen als ze dat gesprek liever niet voeren. Op een net overgenomen team van oud-collega's hebben bijna altijd drie mensen zo'n gesprek nodig, en het ongemak zakt niet weg als je wacht. Het zet zich vast.
- De vriend. Degene met wie je echt omging, die weet wat je in het weekend deed en wat je van de directeur vindt. Het risico is niet voortrekken; het is de schijn ervan, en daar let de rest van het team vanaf dag één op. Deze vriendschap heeft nieuwe afspraken nodig: hardop, onder vier ogen, één keer.
- Degene die de functie zelf wilde. Die heeft gesolliciteerd, of ging ervan uit dat het zou gebeuren, en werkt nu onder jou. De teleurstelling is echt en het is niet jouw schuld, maar wel jouw probleem. Laat je het liggen, dan wordt het stil terugtrekken of doorlopend commentaar op je beslissingen. Pak je het vroeg op, dan kan het de sterkste werkrelatie in het team worden.
- Degene die ouder of ervarener is dan jij. Misschien heeft diegene er totaal geen moeite mee, of wacht diegene af of jij gaat doen alsof je dingen weet die je niet weet. Het enige wat bij deze persoon werkt, is niet doen alsof. Vraag wat diegene ziet wat jou ontgaat. Gebruik dat oordeel zichtbaar. Gezag dat zichzelf niet hoeft te bewijzen, is het soort dat zij respecteren.
Wat deze drie gemeen hebben: het gesprek dat je met ze uit de weg gaat, gaat eigenlijk niet over hen. Het gaat erover dat jij je nieuwe rol durft vast te houden tegenover iemand die je kende voordat je die rol had. Dat is ongemakkelijk, en het is meteen ook de hele baan, dus dan kun je er net zo goed in week één mee beginnen.
De vorm
Een opzet voor negentig dagen die je mag lenen
Negentig dagen is geen magisch getal. Het is ongeveer de tijd die je nodig hebt om een team te leren kennen, een eerste reeks besluiten te nemen en een ritme te vinden — en lang genoeg dat niemand verwacht dat je het vrijdag al doorhebt. In het schema hieronder zit bewust veel luisteren aan het begin, want de duurste fouten van beginnende managers worden in de eerste twee weken gemaakt: vol overtuiging, en zonder iets te weten.
Week 1–2: luisteren, en niets veranderen
Plan een één-op-één met iedereen in het team, ook met de mensen van wie je denkt dat je ze al kent. Als leidinggevende ken je ze niet. Stel iedereen dezelfde drie vragen en schrijf de antwoorden op: wat werkt er goed en zou je verschrikkelijk vinden als ik dat sloop; wat vertraagt je en kun je zelf niet oplossen; en wat heb je van mij nodig dat je eerder niet kreeg. Weersta daarna de neiging om er meteen iets mee te doen. Je hoort dezelfde klacht van vier mensen en het lijkt overduidelijk wat je moet doen. Wacht. De vijfde vertelt je waarom het nooit is opgelost.
Week 3–6: een paar dingen besluiten, en nee zeggen tegen de rest
Kies uit die luisterronde twee of drie dingen die je dit kwartaal verandert. Geen tien. Twee of drie, gekozen omdat het team ze zelf noemde en omdat jij ze echt kunt veranderen. Maak daarna een tweede, langere lijst van wat je voorlopig niet verandert, en vertel dat ook. Een nieuwe leidinggevende die vijftien initiatieven aankondigt, zegt tegen het team dat niets van wat ze deden goed genoeg was. Een nieuwe leidinggevende die die ene overdracht repareert waar iedereen een hekel aan heeft en de rest met rust laat, zegt dat ze gehoord zijn. Als je een verandering aankondigt aan mensen die vorige maand nog je gelijken waren, vertel dan wat je hebt gehoord, wat je hebt besloten en waar je nog over twijfelt — in die volgorde. Die twijfel is geen zwakte; het is juist het deel waardoor ze tegen je blijven praten.
Week 7–12: je week vormgeven
Inmiddels weet je waar de tijd blijft. Dit is het moment om de week vorm te geven waarin het team het komende jaar leeft: het ritme van je één-op-éénen (wekelijks of om de week, en nooit afgezegd voor iets urgenters, want er is altijd iets urgenters); die ene terugkerende vergadering die je schrapt, want elk team heeft er wel een die alleen uit gewoonte bestaat; en die ene overdracht die je echt goed regelt, want in stroeve overdrachten zit het meeste verspilde werk verstopt. Een team is niet kapot omdat de mensen dat zijn. Meestal is het het proces eromheen, en dat proces is nu van jou.
Week één en twee
De drie gesprekken die vóór al het andere komen
De eerste twee weken bestaan grotendeels uit luisteren. Op drie gesprekken na: daarin moet je zelf iets zeggen, en uitstellen maakt ze alle drie alleen maar zwaarder.
1. Met het team, over wat er verandert en wat niet
Doe dit in het eerste teamoverleg dat je leidt, en hou het kort. Zeg dat je weet dat dit voor iedereen raar is, jij inbegrepen. Zeg wat er niet verandert: het werk, de lat, de dingen die goed gaan. Zeg wat wel verandert: dat beslissingen over prioriteiten en mensen nu via jou lopen, en dat je die hardop wilt nemen. Zeg dan wat je de komende twee weken gaat doen, namelijk luisteren, en vraag of ze eerlijk tegen je willen zijn nu het nog niets kost. Hou geen toespraak. Twee minuten, en dan door naar de echte agenda, zodat het team ziet dat de nieuwe leidinggevende een overleg net zo leidt als de oude collega deed: vlot.
2. Met je eigen leidinggevende, over wat succes hier betekent
Je bent niet voor niets gepromoveerd, en degene die dat besloot heeft een beeld van wat dit team over negentig dagen moet opleveren. Vraag er expliciet naar: "Als we hier in december zitten en jij vindt dat het goed ging — wat is er dan gebeurd?" Stel daarna de lastigere vraag: "En waardoor zou je denken dat het een vergissing was?" Schrijf beide antwoorden op en stuur ze diezelfde dag terug per mail. Niet om je in te dekken, maar om samen te weten waar de baan over gaat zolang er nog ruimte is om erover te onderhandelen. Beginnende managers die dit overslaan, gokken een kwartaal lang — en gokken meestal op een versie van de baan die groter is dan wat ze echt gekregen hebben.
3. Met de vriend in het team, over hoe dit gaat werken
Onder vier ogen, bij een koffie, vóór het eerste één-op-één. Zeg gewoon hoe het zit: je hecht aan de vriendschap, je bent nu hun leidinggevende, en je wilt dat allebei overeind blijft. Noem dan twee afspraken en vraag om die van hen. De jouwe zijn meestal deze: je praat niet meer met hen over het team zoals je dat vroeger deed, en je geeft hun niets wat je de rest van het team niet ook zou geven — inclusief het voordeel van de twijfel. Vraag wat ze van jou nodig hebben om niet het gevoel te krijgen dat ze een vriend kwijt zijn en er een baas voor terug hebben. Direct gevraagd zijn de meeste mensen opgelucht. Het is de onuitgesproken versie die zuur wordt.
Boven je collega's uit gepromoveerd en aan het improviseren? Mikkel brengt samen met jou je eerste negentig dagen in kaart, week voor week, en wijst je erop als er een gat in je plan zit.
Oefen de teamaankondiging of dat ongemakkelijke één-op-één hardop, voordat het echt zover is. Geen aanmelding, geen HR-ticket, geen beoordelingsronde.
Plan je eerste 90 dagen met Mikkel →Boven je collega's uit gepromoveerd en aan het improviseren? Mikkel brengt samen met jou je eerste negentig dagen in kaart, week voor week, en wijst je erop als er een gat in je plan zit.
Oefen de teamaankondiging of dat ongemakkelijke één-op-één hardop, voordat het echt zover is. Geen aanmelding, geen HR-ticket, geen beoordelingsronde.
Plan je eerste 90 dagen met Mikkel →De chat begint hier meteen in je browser — geen account nodig.
Weglaten
Waar je deze week mee moet stoppen
Beginnende managers horen wel waar ze mee moeten beginnen. Niemand vertelt ze waar ze mee moeten stoppen, en dat stoppen is lastiger, want elk van deze gewoontes was in je oude functie juist een pluspunt.
- Het werk van anderen afmaken. Het rapport is er bijna en je ziet precies wat eraan ontbreekt. Stuur het in plaats daarvan terug met de twee dingen die het nodig heeft. Het kost drie dagen in plaats van twintig minuten, en de volgende keer nog maar één.
- Overal in meelezen. Vroeger moest je alles weten om je werk te doen. Nu betekent overal in zitten dat elk gesprek op jou wacht. Verlaat de kanalen waar jij niet degene bent die beslist, en vertel mensen welke dat zijn.
- Het klusje van tien minuten. Dat wat je zelf sneller doet dan uitlegt. Klopt. Doe het toch één keer, en tel hoeveel van die klusjes je deze week hebt gedaan. Als het antwoord twintig is, weet je waar je tijd als leidinggevende is gebleven.
- Het antwoord hebben. Als iemand met een probleem komt, is de oude reflex om het op te lossen. De nieuwe zet is een vraag: wat denk jij dat we moeten doen? De helft van de tijd weten ze het. De andere helft leren ze iets doordat je het vraagt.
Voelt het alsof je minder doet? Dat klopt. De maat van je week is verschoven van wat jij afmaakte naar wat het team afmaakte zonder jou. Gaat dat getal niet omhoog, dan doet de rest van deze lijst er niet toe. Ons artikel over overbelast zijn en geen prioriteiten kunnen stellen de wekelijkse triage die de meeste nieuwe leidinggevenden rond maand twee nodig blijken te hebben.
Hoe je het aanpakt
Zo voer je een één-op-één als je er nog nooit een hebt gevoerd
Het één-op-één is de kleinste eenheid van leidinggeven, en de meeste beginnende managers doen het de eerste maand precies andersom: ze komen binnen met een agenda, lopen de status door en vertrekken met een lijstje dingen die zij nu moeten doen. Een één-op-één is hún gesprek, niet dat van jou. Status hoort in een tool of in de stand-up. Dat halfuur is voor alles wat nergens anders past.
Vier vragen, in deze volgorde
- "Wat houdt je bezig?" En dan: stilte. Wat ze als eerste zeggen is zelden waar het om gaat; het tweede meestal wel. Vul die stilte niet op.
- "Wat zit je in de weg?" Dit is de vraag die je verandert van een collega die luistert in een leidinggevende die obstakels weghaalt. Schrijf alles op wat jij moet wegnemen, en neem het weg vóór het volgende gesprek.
- "Wat wil je over een half jaar meer doen?" Niet elke week, maar bij het derde één-op-één zou je het antwoord van iedereen in het team moeten kennen. Zo komt het interessante werk bij de juiste mensen terecht in plaats van bij jou.
- "Wat zou ik anders kunnen doen?" Stel die vraag elke keer, en meen het. De eerste paar keer krijg je "niks, het gaat prima." Blijf vragen. Rond de vierde week zegt iemand iets wat echt waar is, en hoe jij dat opvat bepaalt of iemand het ooit nog doet.
Houd elke week hetzelfde moment aan en verzet het niet voor iets dringenders. Er is altijd iets dringenders. Een afgezegd één-op-één maakt precies duidelijk hoe hoog iemand op jouw lijst staat, en dat haal je met een excuus niet meer terug.
De eerste die pijn doet
De eerste keer dat je moeilijke feedback moet geven
Ergens in die eerste negentig dagen doet iemand die vroeger je collega was iets waar je samen over geklaagd zou hebben, en nu is het aan jou om er iets van te zeggen. Deadlines die niet gehaald worden. Een opmerking in een overleg die verkeerd viel. Werk dat niet het niveau heeft dat het team gewend is. De verleiding is om het de eerste keer te laten lopen, want je bent nieuw, het is een vriend van je, en het was vast eenmalig.
Laat je het één keer lopen, dan heb je daarmee de norm gezet. Het gesprek dat je vermijdt wordt het besluit dat je bij verstek neemt. Daar bestaat een hele methode voor, en daar gaat ons artikel over het lastige gesprek dat je blijft uitstellen: een script in vier delen, de escalatieladder voor de antwoorden waar je bang voor bent, en hoe je het hardop oefent voordat je naar binnen loopt. Lees het voordat je het nodig hebt. Het eerste gesprek is het zwaarste, en het is ook het gesprek waaraan het hele team afleest wat je wel en niet accepteert.
Even over dat stemmetje dat zegt dat je eigenlijk geen leidinggevende bent, dat ze de verkeerde hebben gepromoveerd, dat iedereen het doorheeft. Dat stemmetje is het eerste kwartaal bij bijna iedereen luid, en het luidst bij de mensen die het goed willen doen. Wil je begrijpen waarom competentie van binnenuit zo vaak als bedrog voelt, dan behandelt ons artikel over het imposter-syndroom dat uitgebreid. Kort gezegd: je hoeft je geen leidinggevende te voelen om goed leiding te geven. Je moet de dingen hierboven doen terwijl dat gevoel er nog is.
Eerlijke grenzen
Als het niet aan jou ligt
Sommige eerste managementfuncties zijn bij voorbaat kansloos, en daar helpen goede één-op-ééns niets tegen. Kreeg je de titel maar niet de bevoegdheid — je mag niemand aannemen, geen prioriteiten bepalen, geen nee zeggen tegen de mensen die vroeger het probleem van jouw manager waren — dan heb je een coördinerende rol met de verantwoordelijkheid van een manager, en het gesprek dat je moet voeren is met degene die je die rol gaf, over welke van de twee het gaat worden. Wordt het team gereorganiseerd, samengevoegd of afgebouwd, dan helpt het schema hierboven nog steeds, maar je eerste eerlijke klus is uitzoeken waar dat team nu eigenlijk nog voor is, en of iemand boven je dat weet.
Alles wat te maken heeft met ongewenst gedrag, discriminatie, een formele klacht of een juridische vraag over iemands dienstverband is geen gesprek om te improviseren, hoe goed je de mensen ook kent. Dat gaat eerst naar HR of naar juridisch advies, en jouw taak is om dat te wéten en het snel te zeggen, in plaats van het zelf op te lossen omdat je vroeger naast iedereen zat.
En sommige vriendschappen overleven de verandering niet. Niet omdat een van jullie iets fout deed, maar omdat de vriendschap erop gebouwd was dat je aan dezelfde kant van de tafel zat, en er geen versie van bestaat die tegenover elkaar werkt. Dat is een echt verlies, en dat mag het ook zijn. Het is alleen geen reden om iemand slecht te begeleiden in de hoop de vriend te houden.
Waar coaching past
Wat een coach in die eerste negentig dagen voor je kan doen
Een coach is niet je leidinggevende en niet je team. Dat is precies het punt. De gesprekken hierboven — met je leidinggevende over de functie, met de vriend over de afspraken, met degene die jouw rol wilde — gaan allemaal makkelijker als je de woorden één keer hardop hebt uitgesproken, tegen iemand die alleen maar wil weten of ze aankomen. Mikkel is daar precies voor gemaakt. Je kunt de teamaankondiging de avond ervoor inspreken, en hij speelt de zaal. Je kunt het één-op-één dat scheef liep meenemen en uitzoeken wat je hebt gemist. Hij onthoudt de reorganisatie, het skip-level en wat je in week drie besloot als je in week negen terugkomt, dus je hoeft hem niet elke keer opnieuw bij te praten.
Hij is het ook niet automatisch met je eens. Is je plan voor de eerste maand vijftien initiatieven, dan vraagt hij welke twee. Sta je op het punt de eerste gemiste deadline te laten lopen omdat het een vriend is, dan vraagt hij wat de rest van het team daaruit opmaakt. Rustig, helder, en geen ja-knikker — precies het soort tweede mening dat je als nieuwe leidinggevende niet zomaar krijgt van iemand uit je eigen team of van je eigen baas.
Begin de negentig dagen met een plan, niet met een reflex
Mikkel werkt zoals dit artikel: hoe je week eruitziet, hoe je team in elkaar zit, welk gesprek je voor je uit schuift en welk gesprek je als eerste moet voeren. Neem de aankondiging mee die je moet doen, de vriend met wie je moet praten, of de manager die je nog steeds niet heeft verteld wat succes betekent. Je kunt beginnen zonder account, met je stem of typend, en hij weet nog waar je gebleven was.
Breng je eerste 90 dagen in kaart met Mikkel — aanmelden hoeft niet
De chat begint hier meteen in je browser — geen account nodig.
Verder lezen
- Het lastige gesprek dat je blijft uitstellen: een script, en hoe je het oefent
- Overbelast en je kunt niet prioriteren: de wekelijkse triage waarmee dingen wél af komen
- Imposter syndrome: waarom je je een bedrieger voelt
- Bang om je mond open te doen op werk? Hoe je begint — zonder jezelf te forceren
- Hoe je grenzen stelt (zonder je schuldig te voelen)
- Mikkel — Executive coach
- Alle artikelen bekijken
FAQ
Veelgestelde vragen
Kan ik bevriend blijven met mijn team nu ik hun leidinggevende ben?
Meestal wel, maar niet in dezelfde vorm. De vriendschap moet één nieuw feit overleven: jij beslist nu dingen over hun werk, en dat weten ze. Wat meestal werkt, is het één keer benoemen — vroeg en onder vier ogen — en daarna twee regels aanhouden. Je praat niet meer over het team zoals je dat vroeger deed, en je geeft hun niets wat je de rest van het team niet zou geven. De meeste vriendschappen die na een promotie stuklopen, lopen stuk omdat niemand dit hardop heeft gezegd, niet omdat baas en vriend niet in één persoon kunnen zitten.
Wat moet een beginnend manager in de eerste week doen?
Luisteren, en verder niets veranderen. Plan een één-op-één met iedereen in het team en stel steeds dezelfde drie vragen: wat werkt er goed en zou je vreselijk vinden als ik het kapotmaakte, wat houdt je tegen en kun je zelf niet oplossen, en wat heb je van mij nodig dat je eerder niet kreeg. Schrijf de antwoorden op. Voer daarna één gesprek met je eigen manager over wat succes over negentig dagen betekent, en zet ook dat op papier. De eerste week is er om te ontdekken hoe het team in elkaar zit, niet om het om te bouwen.
Hoe geef ik leiding aan iemand die zelf mijn functie wilde?
Direct, en eerder dan comfortabel voelt. Zeg in je eerste één-op-één dat je weet dat diegene meedong, dat je aanneemt dat het pijn doet, en dat je wilt weten wat diegene het komende jaar nodig heeft om het de moeite waard te maken om te blijven. Luister dan. De meeste mensen in die positie willen twee dingen: horen dat hun ambitie geen probleem is, en iets echts krijgen waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn. Blijkt diegene je na een redelijke periode te ondermijnen in plaats van met je te concurreren, dan is dat een functioneringsgesprek, en dat hoort open op tafel.
Moet een beginnend manager nog inhoudelijk meewerken?
Een klein deel, bewust gekozen, en minder dan je zou willen. Een beetje inhoudelijk werk houdt je oordeel scherp en je geloofwaardigheid bij het team intact. De valkuil zit in de andere richting: degene blijven die het werk zelf het beste doet, omdat je daar altijd voor beloond bent, en het managementwerk er maar tussendoor doen. Als wat je team oplevert ervan afhangt dat jij dingen zelf afmaakt, zit er een flessenhals met jouw naam erop. Kies het stuk werk dat je bewust zelf houdt, en geef de rest weg — ook al kun je het zelf sneller.
Hoe lang duurt het voordat je je echt leidinggevende voelt?
Langer dan negentig dagen, en dat is normaal. In negentig dagen leer je het team kennen, neem je een eerste reeks besluiten en vind je een werkritme. Je echt thuis voelen in de rol — het punt waarop je niet meer elke situatie terugvertaalt naar wat je vroeger zelf gedaan zou hebben — duurt meestal eerder een jaar, en het komt geruisloos. Voel je je het grootste deel van dat eerste kwartaal een bedrieger, dan ben je in goed gezelschap. Dat gevoel betekent dat je aan de rand zit van wat je kent, en precies daar hoort een beginnend manager te zitten.
Verke biedt coaching, geen therapie of medische zorg. Resultaten verschillen per persoon. Als je in crisis bent, bel 988 (VS), 116 123 (VK/EU, Samaritans), of je lokale noodnummer. Ga naar findahelpline.com voor internationale hulpbronnen.